Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Cochleaire implantatie

Hoe werkt een cochleair implantaat?

Bij het cochleair implantaat wordt de normale weg van het horen via het uitwendige oor en het middenoor overgeslagen. Het geluid gaat in één keer in het slakkenhuis via een elektrode. Dit is anders dan bij een normaal hoortoestel.  Daar gaat het geluid wél via de gehoorgang en het middenoor naar het slakkenhuis.

Het cochleair implantaat bestaat uit twee delen:

Een uitwendig deel  lijkt op:

Cochleair implantaat
  • een gewoon hoorapparaat, ookwel processor genoemd.
  • Extra is er een zendspoel die met een magneetje op zijn plaats blijft.

Een inwendig deel bestaat uit:

  • een implantaat, dat tijdens een operatie onder de huid wordt ingebracht
  • en uit elektroden die in het slakkenhuis van het oor geschoven worden.

Het uitwendige en het inwendige deel van het cochleair implantaat zijn draadloos met elkaar verbonden.

  • De uitwendige processor vangt het geluid op en vertaalt het naar een elektrisch signaal.
  • De zendspoel stuurt het elektrisch signaal dóór de huid naar het inwendig deel.
  • Daar zorgt het inwendige implantaat  voor de omzetting van het elektrische signaal naar elektrische stroompjes.
  • Via de elektroden in het slakkenhuis worden de elektrische stroompjes doorgegeven aan de gehoorzenuw, en kan iemand weer “horen”.
Sluit de enquête