Diagnosefase
De fase vanaf de eerste afspraak tot het stellen van de diagnose DVN duurt ongeveer 8 weken en bestaat uit:
- Dagopname op de neurodaycare van de verpleegafdeling neurologie, waarbij verschillende onderzoeken worden verricht, zoals:
- Ontvangst, bloedafname en begeleiding naar de diverse afdelingen door de afdelingsverpleegkundigen.
- Onderzoek van het bloed om te kijken of er stofwisselingsziekten, afweerziekten, infecties, vergiftiging door bepaalde stoffen of erfelijke ziekten zijn.
- Longfoto bij de afdeling radiologie.
- Zenuwonderzoek (EMG) (https://info.mumc.nl/pub-612) of temperatuurdrempelonderzoek (https://info.mumc.nl/pub-613) bij de afdeling klinische neurofysiologie.
- Consult bij de neuroloog, arts-onderzoeker of verpleegkundig specialist voor anamnese, neurologisch onderzoek en afname van het huidbiopt.
- Verwerking van het huidbiopt door de afdeling pathologie.
In de 7 weken daarna worden de uitslagen van de onderzoeken geanalyseerd. Als dat nodig is, wordt uw situatie besproken in een overleg met verschillende specialisten. Daarna volgt een telefonisch of persoonlijk gesprek waarin u de uitslag krijgt.
De onderzoeken die plaatsvinden in de diagnosefase
Bloedonderzoek
Om te kijken of er misschien een andere ziekte onder ligt, wordt er uitgebreid bloedonderzoek gedaan.
Daarbij wordt in ieder geval gekeken naar:
- het suikergehalte in uw bloed
- bepaalde waarden van het afweersysteem
- het vitamine B12‑gehalte
Daarnaast wordt ook erfelijkheidsonderzoek (DNA‑onderzoek) gedaan. Aan de klachten alleen is niet te voorspellen of DVN een erfelijke oorzaak heeft.
Zenuwonderzoek (EMG) https://info.mumc.nl/pub-612
Bij mensen met pure DVN zijn de dikke zenuwen niet beschadigd. Daarom laat een onderzoek van deze dikke zenuwen meestal geen afwijkingen zien. De werking van de dikke zenuwen wordt onderzocht met een zenuwgeleidingsonderzoek of een EMG. Bij dit onderzoek worden zenuwen en spieren op verschillende plaatsen kort elektrisch geprikkeld. Met een plakkertje of ringetje op de huid worden de signalen uit de zenuwen opgevangen en op een scherm zichtbaar gemaakt. De elektrische prikkels kunnen onaangenaam aanvoelen, maar zijn meestal niet echt pijnlijk. Soms beweegt uw hand of voet even door de prikkel. Bij mensen met pure DVN worden er bij dit onderzoek geen afwijkingen gevonden.
Huidbiopt https://bcove.video/2ZtR3lM
Bij een huidbiopt wordt een klein stukje huid van 3 millimeter weggenomen. Dit gebeurt ongeveer 10 centimeter boven de enkel. U krijgt eerst een plaatselijke verdoving, zodat het niet pijnlijk is. In het laboratorium wordt onder de microscoop gekeken hoeveel zenuwvezels er in de huid zitten. Dit aantal wordt vergeleken met gezonde mensen. Het aantal zenuwvezels neemt af met de leeftijd en is anders bij mannen en vrouwen. Bij mensen met DVN is het aantal zenuwvezels in de huid meestal lager dan normaal. Het huidbiopt is op dit moment de meest betrouwbare test om DVN zeker vast te stellen. Maar een normaal huidbiopt sluit DVN niet uit.
Temperatuurdrempelonderzoek https://info.mumc.nl/pub-613
Met een temperatuurdrempelonderzoek wordt gekeken hoe goed de dunne zenuwvezels werken bij het voelen van warmte en kou. Tijdens het onderzoek wordt een metalen blokje op uw voeten geplaatst, en soms ook op uw handen. Dit blokje wordt afwisselend warm en koud. U drukt op een knop zodra u voelt dat het blokje warmer of kouder wordt. Als de dunne zenuwvezels niet goed werken, laat het onderzoek vaak een afwijkende uitslag zien. Het onderzoek kan ook afwijkend zijn bij andere aandoeningen die het gevoel beïnvloeden. Daarom is dit onderzoek alleen niet genoeg om de diagnose DVN zeker te stellen. Het ondersteunt de diagnose wel, vooral als u een typisch klachtenpatroon heeft.
Meer informatie :Zie ook hierboven en Het stellen van de diagnose - dvnexpertisecentrum
De arts bepaalt welke onderzoeken er voor u nodig zijn.