Een operatie voor Benigne Paroxysmale Positieduizeligheid (BPPD)
Deze pagina gaat speciaal over een operatie voor Benigne Paroxysmale Positieduizeligheid (BPPD). Voor meer algemene informatie over BPPD, kunt u de folder lezen.
Meer weten over een operatie
-
Benigne paroxysmale positieduizeligheid (BPPD), oftewel: “kristallen” of “gruis” of “steentjes” in het evenwichtsorgaan, is niet gevaarlijk. Het kan wel ernstige klachten geven.
De belangrijkste behandeling van BPPD is een fysiotherapeutische behandeling, waarbij de BPPD wordt opgelost. Dit kan bijvoorbeeld een Epley bevrijdingsmanoeuvre zijn. Als de BPPD helaas niet op te lossen is met deze maneuvres, óf als de BPPD heel vaak terugkomt, worden de volgende stappen gezet:
- Proberen om de fysiotherapeutische maneuvres vaak te herhalen bij een arts of fysiotherapeut. Deskundige fysiotherapeuten bij u in de buurt, kunt u hier vinden. Als dat niet goed werkt;
- Proberen om de fysiotherapeutische maneuvres zelf aan te leren, en deze vaak uit te voeren. Als dat niet goed werkt;
- Een operatie voor BPPD
Een operatie wordt dus alleen uitgevoerd als de fysiotherapeutische maneuvres niet goed genoeg werken, óf als de BPPD heel vaak terugkomt. Dit komt omdat een operatie (zoals alle operaties) risico’s en bijwerkingen heeft. Alleen bij ernstige klachten kan het gunstige effect van een operatie opwegen tegen deze risico’s en bijwerkingen. Dit betekent trouwens niet dat u bij ernstige klachten een operatie moet ondergaan. Dit kunt u altijd zelf beslissen.
Een operatie hoeft ook niet meteen uitgevoerd te worden. U kunt alle tijd nemen voor uw keuze. U kunt bijvoorbeeld enkele jaren wachten of beslissen om het helemaal niet te doen. Een operatie uitstellen of niet laten uitvoeren maakt zover bekend het probleem niet erger.
-
Als fysiotherapeutische maneuvres niet goed werken, óf als BPPD heel vaak terugkomt, dan kan een operatie een optie zijn. Om voor een operatie in aanmerking te komen, moeten er wel 2 dingen gecontroleerd worden:
- De BPPD zit bijna altijd in hetzelfde kanaal van het evenwichtsorgaan. Ieder evenwichtsorgaan heeft namelijk 3 kanalen: een bovenste, middelste en achterste kanaal. Een persoon heeft 2 evenwichtsorganen. Dit betekent dat iedereen 6 kanalen heeft: 2 bovenste, 2 middelste en 2 achterste kanalen. In ieder kanaal kan de BPPD zitten. Meestal zit de BPPD maar in 1 van de kanalen. De achterste kanalen zijn het vaakst aangedaan. Op de poli wordt daarom ook meerdere keren gekeken of BPPD bijna altijd in hetzelfde kanaal zit. Als de BPPD bijna altijd in hetzelfde kanaal zit, dan kan besloten worden tot een operatie. Dit komt omdat een operatie eigenlijk maar 1 kanaal per keer aanpakt. Het is het beste om niet meerdere kanalen tegelijk aan te pakken, omdat uw evenwichtsorgaan dan na de operatie veel minder werkt.
- Een MRI-scan laat zien dat u geen hersenafwijking heeft. Dit is belangrijk om ziektes uit te sluiten die op BPPD kunnen lijken. Bijna altijd laat de MRI-scan geen belangrijke afwijkingen van uw hersenen zien, en kan de operatie doorgaan.
Daarnaast wordt nog geadviseerd om uw vitamine D bij de huisarts te laten controleren. Een te laag vitamine D kan mogelijk ook ervoor zorgen dat BPPD vaker terugkomt.
-
Figuur 1. Het dichtmaken van het achterste kanaal van het evenwichtsorgaan (rode opvulling in het kanaal). Het is goed te zien dat bij de operatie, een deel van het kanaal wordt opgevuld. Dit betekent dat het kanaal niet meer goed werkt na de operatie: er is verlies van 1 van de 3 kanalen van het evenwichtsorgaan. Er zijn verschillende technieken om BPPD te opereren. De meest voorkomende operatie is het dichtmaken van het kanaal waar de BPPD in zit. Deze operatie wordt het meeste toegepast, en is daardoor ook het meest veilig. Door het dichtmaken van het kanaal, kan de BPPD niet meer in het kanaal komen. In bijna alle gevallen gaat het om het ‘achterste kanaal’ (zie figuur 1). Vanaf nu zal er dan ook worden gesproken over een operatie van het ‘achterste kanaal’ in het evenwichtsorgaan.
-
Om het kanaal met BPPD dicht te maken, moet de chirurg eerst het evenwichtsorgaan benaderen. Deze ligt diep in het bot achter het oor. Hiervoor wordt er een snede achter het oor gemaakt. Het bot achter het oor wordt blootgelegd en met een boor wordt er geboord totdat het achterste kanaal van het evenwichtsorgaan wordt gevonden. Deze techniek is een techniek die zeer veel wordt gebruikt, ook bij andere ooroperaties. De risico’s van deze benadering zijn daarom niet heel anders dan bij andere ooroperaties.
Figuur 1. Het dichtmaken van het achterste kanaal van het evenwichtsorgaan (rode opvulling in het kanaal). Het is goed te zien dat bij de operatie, een deel van het kanaal wordt opgevuld. Dit betekent dat het kanaal niet meer goed werkt na de operatie: er is verlies van 1 van de 3 kanalen van het evenwichtsorgaan. Als het evenwichtsorgaan eenmaal in zicht is, kan het achterste kanaal worden dichtgemaakt. Dit gebeurt door het opvullen van het kanaal (zie figuur 1). Hierbij wordt uw eigen bot en/of spierweefsel, of een soort bijenwas, gebruikt om het bovenste kanaal op te vullen. Door het opvullen van het kanaal (als een soort kurk) kan de BPPD niet meer in het kanaal komen. Het voordeel van deze techniek is dat er minder kans lijkt dat de klachten terugkomen. Het nadeel is dat een deel van het kanaal wordt opgevuld. Het kanaal werkt daardoor niet meer goed: het evenwichtsorgaan mist dan 1 van de 3 kanalen. Dit kan kortdurend of blijvend hinderlijke klachten van het evenwicht geven. Omdat hierbij binnenin het evenwichtsorgaan wordt gewerkt en het gehoororgaan dichtbij ligt, geeft deze techniek kans op duizeligheid en gehoorverlies.
-
Na de BPPD operatie kan het zijn dat u zich enkele dagen tot weken heel duizelig voelt en minder gehoor hebt. Met medicijnen wordt dan geprobeerd de klachten zoveel mogelijk te verminderen. Er wordt ook aangeraden om na de operatie meteen met een fysiotherapeut aan de slag te gaan om uw evenwicht zo snel mogelijk te herstellen.
Deze klachten ontstaan omdat het evenwichts- en gehoororgaan als het ware ‘gekneusd’ kunnen raken door de operatie. Bij opvullen van het kanaal wordt daarnaast ook 1 van de 3 kanalen uitgeschakeld. In de meeste gevallen verdwijnen deze hinderlijke klachten weer. Helaas gebeurt dit niet altijd. Sommige patiënten (ongeveer 10%) houden blijvend hinderlijke evenwichts- en gehoorproblemen na de operatie. Deze klachten zijn bijvoorbeeld verminderde balans, duizeligheid bij snelle hoofdbewegingen, gehoorverlies en suizingen in het oor. Belangrijk is te weten dat deze blijvende klachten trouwens niet bij iedereen even hinderlijk zijn.
Daarnaast is het belangrijk om te weten dat BPPD ook in andere kanalen kan gaan zitten na de operatie. De kans is gelukkig klein dat deze BPPD dan zeer veel klachten geeft.Voor lotgenotencontact verwijzen wij naar Hoormij·NVVS commissie Duizeligheid en Evenwicht (e-mailadres: evenwicht@stichtinghoormij.nl).
-
Een operatie lijkt vooral goed te werken als u heel veel klachten heeft van BPPD, zoals hevige duizeligheid bij gaan liggen in bed, omdraaien in bed, omhoogkijken, of bukken. Deze hevige duizeligheid is over het algemeen weg na een operatie.
-
Het Academisch Expertisecentrum Duizeligheid in Maastricht is in Nederland voorloper in de ontwikkelingen van BPPD. Het is als enige Nederlandse team betrokken bij de wereldwijde ontwikkeling van chirurgische behandelingen voor BPPD en er vinden ook internationale samenwerkingen plaats op onderzoeksgebied, om te kijken welke operatietechnieken de beste resultaten geven.
De operaties voor BPPD worden uitgevoerd door een vast team van chirurgen. Als u in aanmerking komt voor een operatie, dan zal eerst de operatie uitgebreid worden besproken met u. Samen met u wordt dan beslist of u een operatie wil ondergaan of niet.
Aangezien Maastricht voor veel mensen een grote reistijd betekent, wordt ook altijd gekeken of het mogelijk is om sommige zorg na de operatie in eigen regio verder te laten plaatsvinden, als u dat wil.
Bij meer vragen, kunt u contact opnemen met de poli Keel- Neus- en Oorheelkunde van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+: 043-3875400