Behandelfase
Op deze pagina vindt u overzichtelijke informatie over de behandeling van een brughoektumor.
Behandelingen
Bij een brughoektumor is het meestal niet nodig om direct na de diagnose met een behandeling te beginnen. Deze tumoren worden vaak vroeg ontdekt, groeien langzaam en zijn meestal niet meteen gevaarlijk. In veel gevallen nemen de klachten minder snel toe als er geen behandeling wordt gegeven. Bovendien heeft elke behandeling ook risico’s en bijwerkingen.
Daarom is het vaak verstandig om eerst af te wachten. De tumor wordt dan regelmatig gecontroleerd met een MRI‑scan. Dit heet een afwachtend beleid of ‘wait and scan’ beleid. U wordt dan niet meteen behandeld, maar de artsen volgen de tumor nauwkeurig, soms zelfs als de tumor iets gegroeid is.
Als de tumor groeit en er misschien een behandeling nodig is, zijn er verschillende mogelijkheden. Welke behandeling het beste bij u past, hangt af van onder andere:
- de grootte van de tumor;
- de plaats van de tumor;
- uw algemene gezondheid.
Een team van specialisten, zoals KNO‑artsen, neurochirurgen, radiologen en radiotherapeuten, bekijkt samen met u welke behandeling het meest geschikt is voor uw situatie.
Wait and scan beleid
Bij het ‘Wait and Scan’-beleid worden regelmatig MRI‑scans gemaakt om te kijken of de brughoektumor groeit. De arts kan zo goed volgen of er veranderingen zijn die een behandeling nodig maken.
Brughoektumoren zijn bij de diagnose vaak klein en vormen bijna nooit direct gevaar. Daarom is het meestal beter om niet meteen te behandelen, maar eerst rustig af te wachten. Een brughoektumor groeit gemiddeld 1 tot 2 millimeter per jaar, maar soms groeit de tumor jarenlang bijna niet.
Om te controleren of de tumor toch groeit, wordt er regelmatig een MRI‑scan gemaakt. Als de tumor lange tijd niet of nauwelijks groeit, kan de controle worden uitgebreid naar één keer per 2 of 3 jaar.
Afhankelijk van de grootte van de tumor en de plaats in de brughoek, vinden de MRI‑scan en de gehoortest plaats in het Radboudumc, MUMC+, of in uw eigen ziekenhuis.
Alleen wanneer de tumor groeit en in de toekomst mogelijk een gevaarlijke situatie kan veroorzaken, bijvoorbeeld door druk op de hersenstam, is een behandeling nodig.
Verwijderen brughoektumor
De ingreep wordt onder algehele narcose uitgevoerd. De neurochirurg werkt met een microscoop om zo op de millimeter nauwkeurig te opereren.
Meer informatie: Verwijderen brughoektumor - Radboudumc
Stereotactische radiotherapie(bestraling)
Stereotactische radiotherapie is een nauwkeurige bestraling die de tumorgroei stopt. Het omliggende weefsel wordt gespaard. De behandeling is poliklinisch, u kunt dezelfde dag naar huis.
Meer informatie: Gamma Knife bestraling brughoektumor - Radboudumc, folder: Gamma-knife-behandeling-van-een-brughoektumor-gezwel-van-de-gehoorzenuw.pdf
Mogelijke gevolgen van de behandeling
Omdat een brughoektumor op een moeilijke plek zit waar veel zenuwen lopen, is een behandeling niet altijd zonder gevolgen. Welke (blijvende) restverschijnselen u kunt ondervinden, hangt af van een groot aantal factoren, zoals het soort behandeling dat u krijgt, de grootte van de tumor en met name de plaats van de tumor ten opzichte van de zenuwen. Uiteraard doen we altijd ons uiterste best om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Risico’s van een behandeling bespreken we altijd uitvoerig met u.
Mogelijke restverschijnselen na Gamma Knife bestraling
De risico’s van bestraling zijn in het algemeen kleiner dan de risico’s van een operatie. Het verschil is dat bij een operatie de tumor operatief wordt verwijderd en bij een bestraling de groei van de tumor wordt geremd. Restverschijnselen die op kunnen treden na behandeling met Gamma Knife bestraling zijn:
- Gehoorverlies en evenwichtsklachten
Het belangrijkste restverschijnsel na Gamma Knife bestraling is de kans op een verdere vermindering van het gehoor. Dit treedt bij 40-50% van de patiënten op en kan enkele jaren duren. De kans dat uw gehoor (deels) blijft werken, is groter dan bij een operatie.
Als u voor de behandeling al klachten van duizeligheid had, kan het zijn dat deze verergeren, gelijk blijven of juist verminderen. Dit wisselt per persoon.
- Misselijkheid en hoofdpijn
De bestralingsbehandeling zelf veroorzaakt in het algemeen geen klachten. Bij enkele mensen kan er wel tijdelijke misselijkheid en hoofdpijn optreden. Dit is eenvoudig te behandelen met medicijnen.
- Verlamming aangezichtszenuw
De kans dat de aangezichtszenuw door de bestraling beschadigd raakt is zeer klein. Mocht de aangezichtszenuw beschadigen, dan kan dit leiden tot een hangende of gevoelloze gezichtshelft. Dit komt zeer zelden voor en als het gebeurt, is dit meestal van tijdelijke aard.