Een operatie voor Superieure Semicirculaire Kanaaldehiscentie Syndroom (SCDS)

Deze pagina gaat speciaal over een operatie voor Superieure Semicirculaire Kanaaldehiscentie Syndroom (SCDS). 

Belangrijk: hebt u de volgende klachten?

  • “Ik hoor mijn eigen stem in mijn oor”, of;
  • “Ik hoor mijn hartslag heel hard in mijn oor”, of;
  • “Ik word meteen duizelig als ik mijn neus snuit, of hele harde geluiden hoor

..dan kan het zijn dat u superieure semicirculaire kanaaldehiscentie syndroom hebt. Lees dan de folder en de informatie hieronder goed door .

Meer informatie

  • Superieure Semicirculaire Kanaaldehiscentie Syndroom (afgekort: SCDS) is niet gevaarlijk, maar het kan wel ernstige klachten geven. Behandeling in de vorm van een operatie is dus niet per se nodig voor uw lichamelijke gezondheid.

    Als er milde klachten zijn wordt aangeraden om geen operatie te ondergaan. Als u last hebt bij bijvoorbeeld hoesten, niezen, persen of bij harde geluiden kan geprobeerd worden deze uitlokkers zoveel mogelijk te vermijden.

    Alleen als er ernstige klachten zijn, wordt een operatie aangeraden. Dit komt omdat een operatie (zoals alle operaties) risico’s en bijwerkingen heeft. Alleen bij ernstige klachten kan het gunstige effect van een operatie opwegen tegen deze risico’s en bijwerkingen. Dit betekent trouwens niet dat u bij ernstige klachten een operatie moet ondergaan. Dit kunt u altijd zelf beslissen.

    Een operatie hoeft ook niet meteen uitgevoerd te worden. U kunt alle tijd nemen voor uw keuze. U kunt bijvoorbeeld enkele jaren wachten of beslissen om het helemaal niet te doen. Een operatie uitstellen of niet laten uitvoeren maakt zover bekend het probleem niet erger.

  • Er zijn verschillende technieken om SCDS te opereren. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in hoe het evenwichtsorgaan wordt benaderd en hoe de extra opening wordt dichtgemaakt.

  • Om de extra opening in het evenwichtsorgaan dicht te maken, moet de chirurg eerst het evenwichtsorgaan benaderen. Deze ligt diep in het bot achter het oor. Dat kan op twee manieren: 1) via het bot achter het oor en 2) via het bot boven het oor.

    1)      Via het bot achter het oor (transmastoidal approach)

    Bij deze manier van benaderen wordt er een snede achter het oor gemaakt. Het bot achter het oor wordt blootgelegd en met een boor wordt er geboord totdat het bovenste kanaal van het evenwichtsorgaan wordt gevonden. Deze techniek is een techniek die zeer veel wordt gebruikt, ook bij andere ooroperaties. De risico’s van deze benadering zijn daarom niet heel anders dan bij andere ooroperaties.

    2)      Via het bot boven het oor (middle fossa approach)

    Bij deze manier van benaderen wordt er een snede boven het oor gemaakt. Er wordt een botluik in de schedel gemaakt. Daarna worden de hersenen voorzichtig opgetild totdat het evenwichtsorgaan wordt gezien. Na de operatie wordt het botluik weer teruggeplaatst. De risico’s van deze benadering zijn mogelijk groter, omdat de hersenen meer moeten worden opgetild. Ook wordt de snede door de kauwspier gemaakt, waardoor er na de ingreep extra pijn bij kauwen of hoofdpijn kan optreden.

    Als het evenwichtsorgaan eenmaal in zicht is, kan de extra opening in het bovenste kanaal worden dichtgemaakt.

  • Om de extra opening in het evenwichtsorgaan dicht te maken, zijn 2 technieken mogelijk: a) het bovenste kanaal afdekken of b) het bovenste kanaal opvullen. Beide technieken kunnen ook tegelijk worden uitgevoerd (gecombineerd).

    3 ok's SCDS
    Figuur 2. Drie manieren om de extra opening in het bovenste kanaal dicht te maken: a) het bovenste kanaal afdekken, b) het bovenste kanaal opvullen. Bij c) zijn beide technieken tegelijk toegepast. Het is goed te zien dat bij het opvullen van het kanaal, een deel van het kanaal wordt opgevuld. Dit betekent dat het kanaal niet meer goed werkt na de operatie: er is verlies van 1 van de 5 sensors van het evenwichtsorgaan.

    a)      Het bovenste kanaal afdekken (resurfacing)

    Omdat er een extra opening in het dak van het bovenste kanaal zit, kan gekozen worden om het af te dekken met een soort ‘dakpan’ (zie figuur 2). Deze dakpan kan bestaan uit bijvoorbeeld uw eigen bot, kraakbeen, en/of ander lichaamseigen weefsel. Soms wordt er donorweefsel gebruikt om de opening dicht te maken. Het voordeel van deze techniek is dat het kanaal zelf open blijft en vloeistof door het kanaal kan stromen. Dit is voordelig omdat het kanaal namelijk ook een werking heeft: het is één van de vijf sensoren van het evenwichtsorgaan. Het nadeel is dat deze techniek in het verleden niet altijd genoeg bleek om klachten te verminderen.

    b)      Het bovenste kanaal opvullen (plugging)

    Omdat in het verleden vaak bleek dat het kanaal afdekken niet goed genoeg was om klachten te verminderen, werd een nieuwe techniek ontwikkeld: het bovenste kanaal opvullen (zie figuur 2). Hierbij wordt uw eigen bot en/of spierweefsel, of een soort bijenwas, gebruikt om het bovenste kanaal op te vullen. Door het opvullen van het kanaal (als een soort kurk) kan de opening geen klachten meer geven. Het voordeel van deze techniek is dat er minder kans lijkt dat de klachten terugkomen. Het nadeel is dat een deel van het kanaal wordt opgevuld en niet alleen de opening wordt afgedicht. Het kanaal werkt daardoor niet meer goed: het evenwichtsorgaan mist dan 1 van de 5 sensoren. Dit kan kortdurend of blijvend hinderlijke klachten van het evenwicht geven. Omdat hierbij binnenin het evenwichtsorgaan wordt gewerkt en het gehoororgaan dichtbij ligt, geeft deze techniek meer kans op duizeligheid en gehoorverlies dan bij alleen afdekken van het kanaal.

    Er kan ook gekozen worden om allebei de technieken te combineren.

  • Op dit moment is onduidelijk welke benadering (achter of boven het oor) en welke techniek (afdekken, opvullen of allebei) het beste is. Onderzoek lijkt wel uit te wijzen dat de benadering achter het oor veiliger is, omdat de hersenen minder opgetild hoeven te worden. Ervaringen uit de hele wereld lijken ook uit te wijzen dat alleen afdekken van het bovenste kanaal minder kans geeft op verbetering van klachten. In de meeste klinieken wordt daarom het bovenste kanaal sowieso opgevuld.

  • Na de operatie kan het zijn dat u zich enkele dagen tot weken heel duizelig voelt en minder gehoor hebt. Met medicijnen wordt dan geprobeerd de klachten zoveel mogelijk te verminderen. Er wordt ook aangeraden om na de operatie meteen met een fysiotherapeut aan de slag te gaan om uw evenwicht zo snel mogelijk te herstellen.

    Deze klachten ontstaan omdat het evenwichts- en gehoororgaan als het ware ‘gekneusd’ kunnen raken door de operatie. Bij opvullen van het kanaal wordt daarnaast ook 1 van de 5 sensoren uitgeschakeld. In de meeste gevallen verdwijnen deze hinderlijke klachten weer. Helaas gebeurt dit niet altijd. Sommige patiënten (ongeveer 10%) houden blijvend hinderlijke evenwichts- en gehoorproblemen na de operatie. Deze klachten zijn bijvoorbeeld verminderde balans, duizeligheid bij snelle hoofdbewegingen, gehoorverlies en suizingen in het oor. Belangrijk is te weten dat deze blijvende klachten trouwens niet bij iedereen even hinderlijk zijn.

    Voor lotgenotencontact verwijzen wij naar Hoormij·NVVS commissie Duizeligheid en Evenwicht (e-mailadres: evenwicht@stichtinghoormij.nl).

  • Een operatie lijkt vooral goed te werken als er ernstige klachten zijn van het gehoor. Klachten zoals het horen van uw hartslag in uw oor, het abnormaal hard horen van uw eigen stem en het abnormaal hard horen van uw eigen voetstappen/nekbewegingen/oogbewegingen, lijken vooralsnog het beste te verbeteren na een operatie. Klachten van het evenwicht of klachten van concentratieverlies verbeteren bij sommige patiënten heel goed en bij andere weer niet. Het is nog onduidelijk hoe dat komt.

    Sommige patiënten merken na een succesvolle operatie in hun ene oor, ineens klachten van SCDS in hun andere oor. Dit is geen probleem: de andere zijde kan dan ook geopereerd worden. Er wordt alleen niet aan twee kanten tegelijk geopereerd. Dit komt omdat altijd eerst het effect van de operatie aan één oor wordt afgewacht. Er kan dan altijd nog besloten worden om wel of niet een operatie aan de andere zijde te verrichten.

  • Het Academisch Expertisecentrum Duizeligheid in Maastricht, vormt samen met het Radboud UMC Nijmegen, één behandelteam voor SCDS. Dit team is in Nederland voorloper in de ontwikkelingen van SCDS. Het is als enige Nederlandse team betrokken bij de wereldwijde ontwikkeling van het ziektebeeld SCDS (diagnostische criteria) en er vinden ook internationale samenwerkingen plaats op onderzoeksgebied, om te kijken welke operatietechnieken de beste resultaten geven. 

    De operaties voor SCDS worden uitgevoerd door een vast team van chirurgen, dat alle operatietechnieken kan aanbieden. Als u in aanmerking komt voor een operatie, dan zal eerst de operatie uitgebreid worden besproken met u. Samen met u wordt dan beslist of u een operatie wil ondergaan of niet. 

    Aangezien Maastricht voor veel mensen een grote reistijd betekent, wordt ook altijd gekeken of het mogelijk is om sommige zorg na de operatie in eigen regio verder te laten plaatsvinden, als u dat wil. 

    Bij meer vragen, kunt u contact opnemen met de poli Keel- Neus- en Oorheelkunde van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+: 043-3875400

     

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.