Nazorg & controle
Na de behandeling krijgt u lange tijd nazorg. Meestal betekent dit dat er elk jaar bloed wordt geprikt en dat er om de 2 tot 5 jaar een scan van het hoofd‑halsgebied wordt gemaakt. De KNO‑arts en de endocrinoloog stellen samen met u een controleschema op dat past bij uw situatie.
Wanneer controles kunnen stoppen
Als een paraganglioom 10 jaar niet is gegroeid en er geen veranderingen zijn gezien, kan in overleg worden besloten om de controles te stoppen.
Wanneer levenslange controle nodig is
Sommige patiënten hebben een groter risico op nieuwe tumoren of veranderingen. Voor deze patiënten wordt vaak gekozen voor levenslange controle. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen met:
- een kiembaanmutatie (familiair paraganglioom syndroom);
- meerdere paragangliomen;
- een paraganglioom dat eerder is bestraald.