Spoedeisende hulp (SEH)
Als gedacht wordt aan een subarachnoïdale bloeding, wordt op de spoedeisende hulp (SEH) een CT-scan van de hersenen gemaakt. Hiermee kunnen we de diagnose bevestigen. Binnen 6 uur na ontstaan van de klachten kunnen we met een CT-scan ook een subarachnoïdale bloeding uitsluiten. Als op de CT-scan geen bloeding te zien is en de klachten zijn langer dan 6 uur geleden begonnen, dan wordt er een ruggenprik (lumbaalpunctie) gedaan. In het hersenvocht (liquor) kunnen we dan zien of er een subarachnoïdale bloeding heeft plaatsgevonden.
Als de diagnose subarachnoïdale bloeding wordt gesteld, wordt een CT-angiografie gemaakt. Dit is een onderzoek waarbij contrastmiddel via een infuus in de arm wordt ingespoten. Hiermee kunnen we de slagaders van de hersenen afbeelden en de oorzaak van de subarachnoïdale bloeding, de uitpuiling in de slagader (aneurysma), opsporen. Soms zijn nog een extra onderzoeken nodig, bijvoorbeeld een DSA.
Medium of intensive care
In de acute fase wordt de patiënt opgenomen op de medium care van de afdeling neurologie. In sommige gevallen is opname op de intensive care noodzakelijk. Tijdens deze fase houden we belangrijke lichaamsfuncties strikt in de gaten, bijvoorbeeld de ademhaling, bloeddruk, hartritme, temperatuur, bewustzijn, taal en kracht in armen en benen. Om de hoeveelheid prikkels te beperken, wordt de patiënt meestal opgenomen op een eenpersoonskamer.
Verpleegafdeling
Wanneer het niet meer nodig is om de lichaamsfuncties strikt in de gaten houden, vindt overplaatsing naar de verpleegafdeling, of naar een ziekenhuis in de eigen woonomgeving, plaats. Hier vinden nog steeds regelmatig controles van de lichaamsfuncties plaats, maar minder frequent als op de medium care. Verder brengt het behandelteam in kaart welke problemen er nog bestaan na de subarachnoïdale bloeding en waar de patiënt het beste verder kan herstellen (revalideren). Dit kan thuis zijn, maar ook in een revalidatiecentrum of (tijdelijk) verpleeghuis (zie verder onder ontslag uit het ziekenhuis).