Dunnevezelneuropathie

Diagnostiek

De diagnose dunnevezelneuropathie kan niet op basis van één enkel (bloed)onderzoek worden gesteld. Vaak worden bij het neurologisch onderzoek geen afwijkingen gevonden, omdat de kracht, de spierrekkingsreflexen en het gevoel voor trillingen normaal zijn.

Verschillende artsen en wetenschappers uit het binnen- en buitenland zijn overeengekomen dat er sprake is van een dunnevezelneuropathie wanneer een patiënt twee of meer klachten heeft die passen bij een dunnevezelneuropathie in combinatie met een afwijkende zenuwvezeldichtheid in het huidbiopt en/of afwijkend temperatuurdrempelonderzoek.

  • Temperatuurdrempelonderzoek bij Dunnevezelneuropathie

    Met het temperatuurdrempelonderzoek wordt de functie onderzocht van de dunne zenuwvezels die verantwoordelijk zijn voor het voelen van warmte en koude. Er wordt een metalen blokje geplaatst op de voeten en soms ook op de handen. Dit blokje wordt afwisselend warm en koud. Door middel van een druk op een knop kan de patiënt aangeven of hij/zij dit voelt.

    Het onderzoek is niet pijnlijk en duurt ongeveer een half uur. Indien de zenuwvezels niet goed functioneren is het onderzoek meestal afwijkend. Het onderzoek kan ook afwijkend zijn bij andere aandoeningen van het zenuwstelsel die het gevoel beïnvloeden.

  • Huidbiopt bij dunnevezelneuropathie

    Bij het huidbiopt wordt een stukje huid van drie millimeter doorsnede afgenomen. Dit vindt plaats ongeveer tien centimeter boven de enkel. De huid wordt verdoofd met een verdovingsprik, wat gevoelig kan zijn. Het afnemen van het biopt is niet pijnlijk.

    Het stukje huid wordt zo bewerkt dat onder de microscoop het aantal zenuwvezels kan worden geteld. In het verleden is bij een grote groep gezonde proefpersonen een huidbiopt afgenomen, om te bepalen welke waarden normaal zijn. De waarden nemen af met de leeftijd. Bij patiënten met een dunnevezelneuropathie is het aantal zenuwvezels in de huid meestal verlaagd ten opzichte van gezonde personen.