Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Cochleaire implantatie bij kinderen

De operatie

Eén dag voor de operatie of op de dag van operatie wordt het kind opgenomen in het ziekenhuis. Op deze dag komen de KNO-arts en de anesthesist nog een keer langs voor de laatste onderzoeken. Beide ouders mogen de gehele dag bij hun kind blijven en één van de ouders mag bij het kind op de kamer overnachten. De andere ouder kan eventueel gebruik maken van het Ronald McDonald huis op het terrein van het ziekenhuis indien de afstand naar huis te groot is.

Op de dag van de operatie moet het kind nuchter blijven. Vlak voor de operatie krijgt het kind een operatieshort aan en kan het eventueel premedicatie krijgen. Dan wordt het kind naar een ruimte bij de operatiekamer gebracht. Een van de ouders mag bij het kind blijven tot het slaapt.
Tijdens de operatie plaatst de KNO-arts het implantaat. Er wordt een sneetje gemaakt vlak achter de oorschelp dat doorloopt tot boven het oor.  Het implantaat wordt onder de huid van de schedel geschoven en bevestigd in een daarvoor gemaakte holte in het bot van de schedel.
Vervolgens wordt een klein gaatje onder in het slakkenhuis geboord. De elektrode wordt in het slakkenhuis geschoven. Hierna wordt gemeten of het implantaat goed werkt. De wond wordt gehecht en er komt een verband om het hoofd.  Als alles in orde is, kan het kind na één of enkele dagen weer naar huis.

Risico's van de operatie

De operatie verschilt weinig van een doorsnee ooroperatie. De kans op complicaties is gelukkig klein, maar niet helemaal afwezig.  Een complicatie die kan optreden is een verminderd bewegen van een gezichtshelft doordat de aangezichtszenuw niet meer goed functioneert. Deze zenuw loopt door het oor, naast het slakkenhuis. De kans dat  deze complicatie zich voordoet is zeer klein omdat er tijdens de operatie een zenuwmonitor gebruikt wordt die een waarschuwing geeft zodra de aangezichtszenuw wordt genaderd. Als deze complicatie toch optreedt, dan herstelt deze over het algemeen vanzelf.

Een tweede zeer zeldzame complicatie is een infectie van het operatiegebied. Om dit te voorkomen krijgt het kind voor en na de operatie antibiotica toegediend.

Naast deze complicaties wordt  af en toe nog een tijdelijk veranderde smaak, een tijdelijk verminderd evenwichtsgevoel en een verminderd gevoel rond het operatiegebied gemeld door patiënten.

Een ander mogelijk risico is het ontstaan van hersenvliesontsteking na implantatie. In Nederland is dit gelukkig nog niet voorgekomen. Toch adviseren we alle implantaatgebruikers zich tegen hersenvliesontsteking te laten inenten. Kinderen zijn hiervoor meestal al ingeënt via het landelijk vaccinatieprogramma.

Verder is het belangrijk te weten dat de kans bestaat dat door cochleaire implantatie het nog resterende natuurlijke gehoor in het geïmplanteerde oor verloren gaat. Het gehoor wordt overgenomen door het CI. Uiteraard wordt u hierover geïnformeerd door de audioloog.

Sluit de enquête