Ontslag uit het ziekenhuis
Na ongeveer 2-3 weken komt het ontslag uit het ziekenhuis in zicht. De periode na ontslag uit het ziekenhuis staat in het teken van het herstel (revalideren). Er zijn verschillende ontslagbestemmingen. Het behandelteam maakt per situatie een inschatting wat de beste optie is. Uw behandeld arts bespreekt dit vervolgens met u.
Ontslag naar huis
Als dagelijks functioneren weer zelfstandig en veilig mogelijk is, vindt ontslag naar huis plaats. Het kan zijn dat u thuis nog therapie nodig heeft, bijvoorbeeld fysiotherapie, ergotherapie of logopedie. Hiervoor wordt u verwezen naar een praktijk bij u in de buurt. Als u thuis ondersteuning nodig heeft, wordt de thuiszorg ingeschakeld. Het kan ook zijn dat u vanuit thuis enkele dagen per week een behandeling in het revalidatiecentrum krijgt. Dit wordt revalidatie dagbehandeling genoemd.
Revalidatie in een revalidatiecentrum
Als het nog niet mogelijk is om zelfstandig thuis te functioneren, is er een indicatie voor revalidatie. Dit kan door opname in een revalidatiecentrum, in onze regio meestal Adelante. Tijdens deze opname wordt onder begeleiding van de revalidatiearts en een team van fysiotherapie, ergotherapie, logopedie en psycholoog gewerkt aan zelfstandig thuis kunnen functioneren met als doel dat u uiteindelijk weer naar huis gaat.
Revalidatie in een verpleeghuis
Een andere plek om te revalideren is op een revalidatieafdeling in een verpleeghuis. Dit wordt geriatrisch revalidatie zorg (GRZ) genoemd. Hier wordt ook gewerkt aan herstel, maar is het traject minder intensief. Doel van opname is dat u uiteindelijk weer naar huis gaat.
Ontslag naar een verpleeghuis
Het kan zijn dat het behandelteam inschat dat de kans dat u op termijn weer zelfstandig thuis kunt functioneren klein is. Er wordt dan ontslag naar een verpleeghuis geadviseerd. Ook hier kan nog wel revalidatie plaatsvinden. De intensiteit zal worden afgestemd op wat u aankan.
Adviezen na ontslag uit het ziekenhuis
Er zijn geen strikte beperkingen in wat u mag doen na ontslag uit het ziekenhuis, maar u zult merken dat u niet alles weer meteen kunt oppakken.
Vaak verergeren de klachten na thuiskomst omdat u meer wordt belast en er meer prikkels zijn uit de omgeving, waar in het ziekenhuis minder sprake van was. Ook kunnen de bezoekjes, telefoontjes en uw eigen pogingen om weer wat taken in het huishouden op te pakken reden zijn voor toename van klachten.
Veel voorkomende klachten bij prikkeloverbelasting zijn:
- Hoofdpijn of druk op het hoofd
- Vermoeidheid, fysiek of mentaal
- Slaperigheid of juist problemen met in slaap komen
- Misselijkheid en/of braken
- Duizeligheid en evenwichtsproblemen
- Overgevoeligheid voor drukte, licht of geluiden
- Opvliegende of emotionele reacties op de omgeving
Tips om de klachten te beperken:
- Breid uw activiteiten stap voor stap uit. Nemen de klachten toe, dan is dat een teken dat u weer een stapje terug moet doen.
- Creëer een regelmatig en vast terugkerend dagritme waarin u activiteit en rust afwisselt. Laat de rustmomenten niet afhangen van de klachten.
- Probeer één ding tegelijk te doen. Doe de radio of de televisie op de achtergrond bijvoorbeeld uit en leg uw mobiele telefoon weg behalve op enkele geplande momenten op een dag.
- Als u activiteiten weer voor het eerst oppakt, doe dit dan op een manier dat u controle heeft over de situatie en kunt stoppen als u dat wilt. Denk aan boodschappen doen of fietsen. Neem iemand mee waarop u kunt terugvallen mocht het u tegenvallen.
- Stop een zonnebril en oordopjes als vaste onderdelen in uw tas mocht u onverwacht last hebben van de omgevingsprikkels.
- Probeer niet alles op 1 dag te doen. Dit is met name een valkuil als u een goede dag heeft en leidt vaak tot een “harmonica-effect” waarbij u een terugslag heeft op de dagen erna.
- Plan inspannende activiteiten of activiteiten waarvoor u fit moet zijn in de ochtend als u de meeste energie heeft.
- Plan voldoende hersteltijd na inspannende activiteiten. Zorg bijvoorbeeld na een verjaardagsfeest dat u het de dag erna rustig aan kan doen.
- Vermijd tijdsdruk. Laat u niet verleiden om snel iets af te maken. Maak ook voor uzelf geen deadlines wanneer u hersteld moet zijn om een activiteit weer te kunnen.
- Geef uw grenzen aan richting uw omgeving en leg uit dat u niet alles meer kunt zoals voorheen. Als het u veel energie kost om dit vaak uit te leggen, kunt u ervoor kiezen om dit in een bericht aan vrienden en familie uit te leggen.
- Door weinig te bewegen (uit angst voor verergering van klachten) kunnen klachten juist toenemen. Probeer dagelijks om lichamelijk rustig actief te zijn door bijvoorbeeld te wandelen of te fietsen als het kan.
Lange termijn vooruitzichten
Door de bloeding kan er tijdelijk of blijvend hersenletsel zijn opgetreden. Een deel van de patiënten houdt problemen met denken, zoals aandachts- en concentratieproblemen, geheugenproblemen en planningsproblemen. Aanhoudende fysieke en mentale moeheid komt regelmatig voor. Ook kunnen er veranderingen optreden in gedrag en emoties, zoals prikkelbaarheid of initiatiefverlies. U en de mensen in uw omgeving zullen moeten leren om hier mee om te gaan.