Een CI op mijn 76ste: ‘Ik kreeg de tranen in mijn ogen van geluk’
In de nieuwsbrief van het CI-team Zuidoost-Nederland vertelde Frits over zijn weg naar het implantaat, de periode van oefenen daarna en vooral over wat beter horen hem heeft teruggegeven. We delen zijn persoonlijke verhaal graag.
Van ‘Wat zeg je?’ naar weer meedoen
Even voorstellen: mijn naam is Frits Bär, 84 jaar oud. In 1977 ben ik gestart als academisch cardioloog, toen nog in het oude Annadal ziekenhuis, en in 2007 heb ik afscheid genomen van het Maastricht UMC+. Sinds bijna 7 jaar ben ik ook CI-drager. Hieronder leest u mijn CI-ervaringsverhaal.
In de Tweede Wereldoorlog heb ik als 3-jarige door ondervoeding ernstige oorproblemen opgelopen. In mijn jeugd was er al sprake van enig gehoorverlies door terugkerende oorontstekingen en twee ooroperaties. Pas tijdens mijn opleiding als arts merkte ik dat het luisteren met de stethoscoop voor mij erg lastig was. Later heb ik een elektrische stethoscoop aangeschaft, dat hielp geweldig! Maar net als bij iedereen gaat het gehoor als je ouder wordt achteruit. De reserve die een normaal horende heeft, was bij mij dus al stukken minder. Op mijn 50ste moest ik de KNO-arts ervan overtuigen dat mijn dagelijks functioneren daaronder leed. Een hoortoestel bracht de broodnodige verbetering.
De prijs daarvan was echter frequente oorontstekingen door het oorstukje in mijn rechteroor. Dat leidde weer tot nieuwe ooroperaties en steeds geavanceerdere hoor- en randapparaten. Intussen werd het gehoor aan beide kanten steeds slechter. Dat was één van de redenen om mijn werk als cardioloog te beëindigen. Mijn stop-zinnetje werd steeds vaker: “Wat zeg je?”. In huis leidde het slechte horen vaak tot irritaties voor zowel mijn vrouw als mijzelf. Communiceren met mijn vrouw werd steeds lastiger. Als ze iets zei wat ik niet verstond, gaf ik bijvoorbeeld het antwoord: “Ja, de ijsberen hebben een wit vel”. Soms leidde een dergelijk antwoord juist tot ergernis, meestal tot een betere articulatie.
Toen ik de KNO-arts vroeg of ik in aanmerking kwam voor een cochleair implantaat was het antwoord: “Je hoort nog te goed”. Daarom hebben mijn vrouw en ik eerst een communicatiecursus gevolgd. Daar zijn ons niet alleen de eerste beginselen van spraakafzien bijgebracht, maar ook werden allerlei communicatieve en praktische adviezen gegeven zoals strategisch zitten, storende geluiden waar mogelijk reduceren, één op één gericht en langzaam spreken, ondersteuning van de communicatie met gebaren enzovoort. De adviezen waren overigens net zo goed voor de partner van belang. Communiceren doe je niet alleen. Het was prettig om ook in contact te komen met andere slechthorende personen en hun omgeving, en ervaringen te delen. Mijn slechthorendheid was in de loop van de jaren ontstaan en je zoekt zelf een weg om ermee om te gaan.
Tijdens de cursus ontdekte ik dat ik eigenlijk al jaren allerlei trucjes toepaste om met mijn slechthorendheid om te gaan. Voor mij was wel nieuw dat slechthorendheid tot een zware mentale belasting leidt als je langer intensief moet luisteren. Dat geldt voor iedereen maar voor een slechthorende is de benzine veel eerder op. Dat klopte ook bij mij, maar ik was me daar nooit eerder bewust van geweest.
De weg naar het CI
Op een gegeven moment hoorde ik rechts in het geheel niets meer en links maar zeer minimaal zonder hoortoestel. Het leidde steeds meer tot sociale isolatie, want communicatie was nauwelijks meer mogelijk. Gelukkig vroeg de KNO-arts bij een controle of ik iets voelde voor een CI. Ze vertelde me dat bij mensen van boven de 80 jaar het succes van een CI lager kan zijn dan bij “jongeren” zoals ik met mijn 76 jaar. Ik heb haar bedankt voor het compliment. Gelukkig was mijn gehoorverlies nu eindelijk ernstig genoeg.
Ik heb niet hoeven nadenken en ben meteen akkoord gegaan! Na de nodige vooronderzoeken was het eindelijk zover. Door de eerdere operaties was de ingreep nogal complex en duurde deze langer dan gebruikelijk is.
Thuis wilde ik maar één ding: naar bed. Maar dat viel tegen: als ik plat ging liggen, kreeg ik knallende hoofdpijn. Gelukkig was er een belangrijke golfwedstrijd in de Verenigde Staten die ’s nachts werd uitgezonden. Dat gaf de nodige verstrooiing, waardoor ik af en toe toch in slaap viel. De volgende dagen werd de pijn geleidelijk minder en kon ik (halfzittende) weer in mijn eigen bed slapen.
Na een maand zonder verdere complicaties zou het uitwendige CI-toestel worden ingesteld. Dat was voor mij meteen de heel spannende lakmoesproef of de ingreep succesvol was geweest. Joke Debruyne, audiologe, stuurde prikkels naar het CI die via één van de 16 elektrodes naar de gehoorzenuw gingen. Die prikkel hoorde ik als een soort bijengezoem. Ook de andere 15 elektrodes bleken te functioneren. Dat gaf me een enorme opluchting: de ellende was niet tevergeefs geweest. Maar zou ik die rare geluiden met mijn hersenen wel kunnen vertalen in spraak?
Toen ze klaar was, zei ze iets tegen haar assistente en tot mijn verbazing verstond ik twee woorden. Ik kreeg de tranen in mijn ogen van geluk. Nu ik dit typ heb ik opnieuw die ervaring.
Mijn vrouw en ik kregen wekelijks bij de hoortraining opdrachten mee waarmee ik geleidelijk het gezoem kon vertalen in herkenbare woorden en zinnen. Aanvankelijk hoorde ik alleen koeterwaals, maar met veel oefenen zonder gebruik te maken van het spraakafzien leerden mijn hersenen dat om te vormen in spraak. Een hele periode hebben we geoefend en geoefend. Langzaam maar gestaag ging het steeds wat beter.
In het algemeen kon en kan ik me nu redelijk redden. Volgens de metingen kom ik bij het verstaan in stilte uit op 75%. Eerlijkheidshalve is het wel van belang te weten dat het hoortoestel aan het andere oor nog steeds het dominante toestel is. Puur met het CI alleen zou het horen toch moeilijkheden geven. Pianogepingel klinkt voor mij met het CI ontzettend vals.
Medio 2024 kreeg ik een nieuw hoor- en CI-toestel. Om de 5 jaar wordt de apparatuur vervangen. Tot mijn verrassing heeft de nieuwste technologie van de fabrikant wel nog voor wat verbetering gezorgd en is het aantal malen dat ik “Wat zeg je?” moet zeggen verder afgenomen.
Samen met het hoortoestel aan mijn andere oor, heeft het CI de communicatie voor mij, maar ook voor mijn familie, vrienden en kennissen verbeterd… en dat is een waar genot!
Frits Bär
Dit ervaringsverhaal verscheen eerder in de nieuwsbrief van het CI-team Zuidoost-Nederland.