Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Volwassenen en kinderen

  • Neen, het geluid klinkt anders dan met een hoortoestel.
    Bij een hoortoestel wordt nog steeds de “natuurlijk weg van het horen” gebruikt: het versterkte geluid gaat via het trommelvlies en de gehoorbeentjes naar de haarcellen in het slakkenhuis.
    Bij een CI wordt het geluid eerst “bewerkt” door de spraakprocessor, omdat er maar beperkte informatie kan doorgegeven worden aan de elektroden. Het aantal elektroden is ook beperkt (12 tot 22). Ter vergelijking: in het normale slakkenhuis zijn er maar liefst 30.000 zenuwvezels. Hierdoor geeft het CI veel minder details door over het geluid dan een hoortoestel, en klinkt het geluid dus anders.

  • Met een CI kunnen zo goed als alle geluiden die in het dagelijks leven relevant zijn, gehoord worden. De zachtste geluiden die iemand met een CI kan horen zijn ongeveer 25 tot 35 decibel sterk. Dat is het geluid van een hele zachte fluisterstem of zacht getik. Met het CI kunnen worden lage en hoge tonen even goed gehoord. Hierdoor kunnen in principe ook alle spraakklanken worden waargenomen.

  • Wanneer u van het CI-team een akkoord krijgt, worden de operatie, het implantaat met spraakprocessor en het volledige nazorgtraject volledig vergoed door uw zorgverzekeraar (m.u.v. het eigen risico). Hierbij is verder geen eigen bijdrage. Dit geldt voor het plaatsen van een CI aan één oor: het plaatsen van een CI aan beide oren wordt in Nederland niet vergoed bij volwassenen. Hierbij zijn enkele uitzonderingen, zoals wanneer iemand naast doof ook ernstig slechtziend is, en bij doofheid door hersenvliesontsteking. Bij een andere, kleine groep volwassenen, werd een 2e CI geplaatst gekregen in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

    Bij kinderen tot 18 jaar is het wel mogelijk om aan beide oren (dit heet “bilateraal”) een CI te krijgen, wanneer het CI-team dit ondersteunt.

  • Om te kunnen telefoneren is het nodig voldoende spraak te kunnen verstaan zonder liplezen. Voor een groot deel van de CI-dragers blijft het liplezen noodzakelijk als ondersteuning van het spraakverstaan. Voor hen zal telefoneren met het CI dan ook moeilijk of onmogelijk zijn. Voor anderen zal het wel lukken.

    Het maakt ook veel uit met wie iemand probeert te telefoneren: met een bekend persoon die rekening houdt met de slechthorendheid, en langzaam en duidelijk praat, zal het een stuk makkelijker gaan dan met een onbekende.

    Op het einde van de revalidatie wordt er – indien haalbaar– geoefend met telefoneren. Hierbij wordt ook gekeken naar technische hulpmiddelen die het telefoneren makkelijker maken, zoals streamers, of telefoneren via een bluetooth verbinding met de smartphone.

Volwassenen

  • Neen dat kan niet. Een CI herstelt het gehoor niet maar zorgt voor een ándere manier van horen. Geen enkele CI-gebruiker heeft ooit gezegd weer geluiden waar te kunnen nemen zoals voorheen. Sommigen zeggen dat het geluid erg mechanisch klinkt, anderen vergelijken het geluid met een radio die slecht is afgestemd. De mogelijkheden van horen met een CI zijn ook veel beperkter dan bij een normaal gehoor: spraakverstaan in rumoerige situaties blijft bijvoorbeeld lastig voor de meeste CI-dragers. Ook kan niet iedereen telefoneren met een CI.

  • Aanvankelijk klinken de geluiden en klanken die iemand hoort met een CI allemaal ongeveer hetzelfde. Door middel van training en ervaring leert men verschillen tussen klanken waar te nemen (voor zover dat mogelijk is). Verdere training zorgt ervoor dat de nieuwe klanken en woorden in het geheugen worden opgeslagen en dat de spraak na verloop van tijd kan worden verstaan.
    De duur van de doofheid, de leeftijd bij het ontstaan van de doofheid en de oorzaak ervan, bepalen mede in welke mate dit mogelijk is en hoe snel dit gaat.
    Velen lukt het om – na training - in bekende situaties woorden en delen van zinnen te verstaan of zelfs gesprekken te volgen. Ongeveer de helft van de volwassenen kan een (eenvoudig) telefoongesprek voeren.
    Spraakverstaan in rumoer, bijvoorbeeld in een groepsgesprek, blijft ook met een CI erg moeilijk (vergelijkbaar met ‘gewone’ hoortoestellen).

Sluit de enquête