15 oktober 2020

Cognitieve gedragstherapie tegen pijn na borstkankeroperatie

Half miljoen euro subsidie van KWF Kankerbestrijding maakt onderzoek mogelijk

Medische specialisten van het Maastricht UMC+ gaan in samenwerking met de faculteit Psychologie en Neurowetenschappen van de Universiteit Maastricht onderzoeken of cognitieve gedragstherapie kan helpen om aanhoudende pijn na de behandeling van borstkanker te voorkomen. Een probleem waar zo'n vier op de tien patiënten mee te maken heeft. Om het probleem aan te pakken heeft het Maastrichtse onderzoeksteam ruim een half miljoen euro subsidie ontvangen van KWF Kankerbestrijding/Pink Ribbon en de European Society of Anesthesiology (ESA).

LogoIn Nederland krijgen jaarlijks zo'n 12.000 vrouwen de diagnose borstkanker. Door ontwikkelingen in diagnostiek en behandeling is de vijfjaarsoverleving inmiddels ongeveer 90 procent. Hoewel dat natuurlijk positief nieuws voor patiënten is, zijn lichamelijke en psychische restverschijnselen van een behandeling geen zeldzaamheid. Met name chronische pijn na de borstkankerbehandeling is een veelvoorkomend probleem bij zo'n 40 procent van de patiënten. Dat vertraagt niet alleen het herstel van de behandeling, maar vermindert ook de kwaliteit van leven en de herintegratie van borstkankerpatiënten nog jaren later.

Psychologische aspecten
Tot op heden zijn er nauwelijks effectieve behandelmethoden om de chronische pijn na een behandeling voor borstkanker te verminderen. Uit eerder onderzoek is onder meer gebleken dat veel angst voor de behandeling en het hebben van sterke negatieve gedachten over pijn, de kans op blijvende pijnklachten verhogen. De studie van het Maastrichtse team is er daarom op gericht om chronische pijnklachten te voorkomen door kwetsbare patiënten mentaal beter voor te bereiden op de operatie. Hiervoor wordt een online cognitieve gedragstherapie ontwikkeld speciaal voor borstkankerpatiënten met als doel de veerkracht van patiënten te versterken. Het online programma wordt gecombineerd met individuele (online) begeleiding door een onco-psycholoog.

Gedragstherapie
In principe komen alle patiënten die een operatie voor borstkanker ondergaan vanaf januari 2021 in aanmerking voor deelname. Via een online vragenlijst wordt eerst gekeken wie er een verhoogd risico heeft op pijn na de behandeling. De vrouwen waarbij dat risico aanwezig is, worden weer opgedeeld in twee groepen, waarvan de een de gedragstherapie zal krijgen en de andere groep een controlebehandeling bestaande uit informatie en leefstijladviezen. Beide behandelingen bestaan uit vijf online sessies en drie online gesprekken met een therapeut gedurende zes weken in de periode rondom de borstoperatie. Uiteindelijk moet het succes van de therapie blijken uit een vermindering van het aantal patiënten met chronische pijn.

Het wetenschappelijk onderzoek naar de inzet van cognitieve gedragstherapie bij de operatieve behandeling van borstkanker is getiteld AMAZONE-studie. Verschillende Nederlandse ziekenhuizen gespecialiseerd in borstkanker doen mee aan het onderzoek dat wordt geleid door een samenwerking van het Maastricht UMC+ en de faculteit Psychologie en Neurowetenschappen van de UM.
Het team achter de Amazone-studie (van linksboven naar rechtsonder: Madelon, Peters, Werner Mess, Anne Lukas, Maurice Theunissen en Dianne de Korte)